Doctor Sleep

Mike Flanagan, 2019
5 out of 10 stars (5 / 10)

Het is 1977 en The Shining komt uit, het derde boek van Stephen King na zijn doorbraak met Carrie (1974). Het boek werd in 1980 verfilmd door Stanley Kubrick (nog steeds zeer de moeite waard om te zien, het liefst vóór je Doctor Sleep gaat kijken). Het gaat over het gezin Torrance dat tijdens de stille wintermaanden op het afgelegen Overlook Hotel past. Vader Jack Torrance (Jack Nicholson) is schrijver en wil die tijd benutten om te werken. Zijn zoon Danny is paranormaal begaafd (‘The Shining’) en voorvoelt ellende in het hotel, en het hotel wil Danny’s gave in zich opnemen. Het hotel doet er alles aan om het gezin uit elkaar te drijven: er verschijnen overal geesten en Jack wordt opgezet tegen zijn gezin, wat uiteindelijk resulteert in de legendarische badkamer-scene. Aan het eind van de film vriest Jack dood in het doolhof buiten het hotel en weten Danny en zijn moeder te ontkomen.

Fast forward naar 2019, bijna veertig jaar later. Danny is inmiddels volwassen, en herstellende van een moeilijke tijd waarin hij zijn herinneringen heeft proberen te onderdrukken door drank en drugs. Doordat hij nu nuchter is is zijn gave ook weer actiever, en komt hij in contact met het jonge meisje Abra. Zij heeft door haar gave gezien dat er een groep slechteriken actief is, The Knot, onder leiding van Rose The Hat. De leden van The Knot voeden zich, net als het Overlook Hotel bijna veertig jaar geleden, met de gave door begaafde mensen op te sporen en ze te doden, waarbij ze de uitgeademde gave zelf inademen. Dit leidt uiteindelijk tot een confrontatie in het Overlook Hotel.

Ik ben enorm fan van Stephen King én van regisseur Mike Flanagan (The Haunting of Hill House, Geralds Game), dus besloot voor ik de film in ging bewust mijn hoofd op neutraal te zetten en er niet teveel bij stil te staan dat deze grootheden erachter zaten, of teveel vergelijkingen met The Shining te maken. Dat laatste bleek meteen al niet te doen: de film leunt enorm op zijn voorganger en gebruikt meteen al veel (opnieuw gedraaide) beelden uit de oorspronkelijke film.

De start was moeizaam. Natuurlijk moet er even een inleiding gegeven worden, maar dat gebeurt in dit geval in verschillende, staccato scenes die geen verband met elkaar houden, noch nadrukkelijk los van elkaar worden gepresenteerd. De muziek is alom aanwezig en ronduit storend, wat me verbaasde: die is net als in The Haunting of Hill House gemaakt door The Newton Brothers, maar waar de beelden en de muziek elkaar in THoHH versterkten komen die in Doctor Sleep totaal niet in balans. Pas wanneer Danny van de alcohol af is keert ook de balans in de film terug en kun je echt in het verhaal duiken – en de filmversie blijkt helaas niet sterk. Goed versus kwaad blijft natuurlijk altijd een sterk thema, maar wat King onderscheidt van anderen zijn door elkaar lopende verhaallijnen en zijn zorgvuldige en liefdevolle ontwikkeling van personages waardoor je ook hun motivatie begrijpt, zelfs als ze slechte dingen doen. In de film ontbreekt dat, waardoor je tegen tweedimensionale karakters aankijkt waar je je niet of nauwelijks in kunt verplaatsen en maar één, redelijk saaie, verhaallijn volgt. Zelfs de uiteindelijke confrontatie was geen hoogtepunt.

Om dat een beetje te kunnen compenseren kun je dan nog inzetten op mooi acteerwerk, maar ook daar was ik niet echt van onder de indruk. Ewan McGregor, toch een gevierd acteur, blijft vlak als de volwassen Danny en de piepjonge Kyliegh Curran doet haar best maar overtuigt niet als de hoogbegaafde Abra. De enige die meteen een enorme ‘presence’ heeft en interessant is om te blijven volgen is Rebecca Ferguson als Rose The Hat. Flanagan is overigens wel trouw aan zijn acteurs: zowel Violet McGraw (de jonge Nell in THoHH), Robert Longstreet (Mr Dudley in THoHH) als Henry Thomas (Hugh Crain in THoHH) maken hun opwachting in Doctor Sleep, de laatste als ‘de barman’ oftewel Jack Torrance/Nicholson. Leuk voor ons Nederlanders: het langste lid van The Knot wordt gespeeld door de inmiddels 71-jarige Carel Struycken.

Het enige dat de film voor mij als King-fan echt de moeite waard maakte is pas tegen het eind, als Danny en Abra het vervallen Overlook Hotel ingaan. Het is alsof je een museum bezoekt met echo’s uit het verleden, alles is zorgvuldig nagemaakt. De typemachine waarop Jack eindeloos ‘all work and no play makes Jack a dull boy’ typte staat er nog met het papier erin, de gedateerde vloerbedekking ligt er nog, bijna vergaan, de deuren met bijlsporen erin. Herinneringen aan een iconische film – een schril contrast met het nu.

Succesvolle King-verfilmingen blijven zeldzaam. Als je echt wil genieten kun je beter het boek lezen.

Deze film op IMDb

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.